|
Mauritius is een eiland van vulkanische oorsprong dat sinds zijn ontstaan, zo
een goede 10 miljoen jaar geleden, steeds onbewoond geweest is. Zijn bestaan was
echter al gekend door de Arabische Zeevaarders die het reeds in de 10 Eeuw op
hun kaarten vermelden onder de naam 'Dina Robin', wat 'het eiland van de zwaan'
betekent. Misschien is deze naam wel een eerste verwijzing naar de ondertussen
reeds lang uitgestorven Dodo-vogel die toen reeds op het eiland voorkwam.
Na de ontdekking van de Kaap de Goede hoop en de definitieve doorsteek naar
de Indische Oceaan (en dus de rechtstreekse route naar het oosten en India),
kwam Mauritius als een welgekomen en strategisch belangrijke stopplaats voor de
toenmalige zeelieden.
De eerste Europese bezoeker was meer dan waarschijnlijk de Portugese Zeevaarder
'Domingos Fernandez', die vermoedelijk reeds in 1510 of 1511 effectief op het
eiland geweest is. Nochtans was het een andere Portugese Zeevaarder, Alphonse
Albuquerque, die reeds op 20 februari 1507 Mauritius voorbij gevaren is. Een
derde Portugese Zeevaarder, Pedro Mascarenhas, gaf zijn naam aan de 3 grote
eilanden uit de regio, en zo kwamen aldus de eilanden Reunion (Frans
grondgebied), Mauritius en Rodrigues (Mauritiaans grondgebied) als de archipel
van de 'Mascarenen' bekend te staan. De Portugezen hebben echter niet lang op
het eiland verbleven en de enige zaken die ze introduceerden op het 'ongerepte'
eiland waren hun huisdieren alsook enkele wilde aapjes.
In 1580 kwam Mauritius even onder de Spaanse overheersers te liggen, maar dit
enkel tot in 1598 enkele Hollandse schepen op het eiland aankwamen, dit onder de
aanvoering van kapitein 'Van Warwijck'. Pas in 1638 nemen ze echter het eiland
officieel in bezit en dopen hun nieuwe kolonie 'Mauritius', in eer van de
toenmalige prins 'Maurits van Nassau'. Een jaartje later reeds, in 1639,
introduceren ze de eerste suikerrietplanten op het eiland, dit afkomstig vanuit
het verre Java. Het gaat hen echter niet echt voor de wind en ten gevolge van
enkele zeer zware stormen/cyclonen alsook een immense rattenplaag besluiten ze
in 1710 het eiland definitief te verlaten. Ze laten de eerste stenen gebouwen
achter, die nu nog steeds (ruines) in het plaatsje 'Vieux Grand Port' te zien
zijn. Aldus komt het eiland in het bezit van enkele Europese piraten die toen
reeds een eigen republiek 'Libertalia' in Madagascar opgericht hadden. De door
de Hollandse zeevaarders opgejaagde Dodo-vogel, die echter ook in grote mate te
leiden had van de wilde aapjes die de eieren van het dier als lekkernij tot zich
namen, is dan reeds uitgestorven en wilde Java-herten en zwijnen heersen over de
bossen van het eiland.
Tot de aankomst van de eerste Fransen, in 1715, doet het eiland dienst als
stopplaats voor de vele schepen op weg naar India. Uit deze periode stammen ook
de eerste verhalen over de vele schatten die op het eiland zouden
begraven/achtergelaten zijn. Tot nu toe is er echter (nog) niets gevonden. Op 30
september 1715 neemt kapitein 'Guillaume Dufresne d'Arsel' het eiland in bezit,
dit onder bevel van de Franse Koning, en noemt het 'Isle de France'. De
eigenlijke kolonisatie vangt echter pas in 1721 aan wanneer 'Jean-Baptiste
Garnier du Fougeray' het opeist in naam van de toenmalige Franse Indische
Compagnie. Het is echter pas in de periode 1735 - 1746, onder de leiding van de
franse gouverneur Bertrand Mahe de la Bourdonnais, dat het eiland volop in
ontwikkeling komt en Port-Louis tot een zeer belangrijke en moderne stad/haven
komt uit te groeien, met een zeer goede administratieve en stedelijke
administratie. In 1743 worden ook de eerste suikerrietraffinaderijen opgericht
te Ferney en Pamplemousses. De algemene commerciële handel komt definitief op
gang.
Gedurende de 18e Eeuw heeft Mauritius zijn strategisch belang in de Indische
Oceaan meermaals bewezen, maar het was eigenlijk pas tijdens de oorlog van de
Amerikaanse onafhankelijkheid alsook de Franse Revolutie dat het eiland zijn
meest succesvolle en geroemde periodes uit zijn bestaan komt te beleven, dit
o.a. door de beroemde en gevreesde 'piraat' Robert Surcouf die het eiland als
zijn thuishaven gebruikte. De engelse en andere schepen die regelmatig vanuit
Mauritius werden aangevallen op hun terugweg naar Europa (beladen met
specerijen, edelstenen en andere kostbare goederen) kregen er stilaan genoeg van
en nemen in juli 1810 het toenmalige buureiland 'Bourbon' (het huidige Reunion)
in hun bezit, maar hun pogingen om ook op 19 en 20 augustus het 'Isle de France'
(Mauritius) te veroveren tijdens de zeeslag van Grant Port, komt te mislukken.
Het is meteen ook een zeer historische overwinning van het Franse leger vermits
het de enige zeeslag is die ze tijdens het bewind van Napoleon komen te winnen.
De naam van 'Grand Port' krijgt dan ook een vermelding op de 'Arc du Triomphe'
te Parijs. Enkele maanden later echter verzamelen de Engelsen opnieuw hun
troepen, ditmaal op het eiland Rodrigues, en vallen met maar liefst 20.000
manschappen het noorden van Mauritius (Cap Malheureux) binnen. De franse
soldaten, een goede 4.000 in aantal, van de gouverneur Decaen proberen zich nog
wel te verdedigen, maar geven uiteindelijk de strijd op in het plaatsje Reduit,
waar nu de universiteit van Mauritius gevestigd is.. Op 2 december 1810 komt dan
ook een definitief einde aan een periode van 89-jaar franse overheersing.
Het verdrag van Parijs (1814) geeft het 'Isle de France' definitief over aan
de Engelsen, die het onmiddellijk terug zijn oorspronkelijke Nederlandse naam
'Mauritius' geven. Ook Rodrigues is dan in Engelse handen. Het huidige Reunion
blijft echter wel in franse handen. De Engelsen respecteren overigens zonder
probleem de inlandse talen, de aanwezige godsdiensten alsook de wetten (Code
Napoleon) en tradities van de toenmalige bewoners. Het Engels is wel de officiële
taal, wat wil zeggen dat alle documenten, openbare diensten alsook het
onderwijssysteem definitief onder deze taal komen te liggen. De bevolking blijft
echter thuis het Frans (creools) als voertaal gebruiken. Onder de Engelse
periode komt de plaatselijke economie heel snel tot verdere ontwikkeling en
belangrijke verschuivingen in het sociale leven, zoals de afschaffing van de
slavernij in 1835, brengen Mauritius definitief tot het moderne tijdperk. Er
worden ook vele goedkope Indische arbeidskrachten naar het eiland overgebracht,
wat vandaag de dag nog erg zichtbaar is in het algemene straatbeeld. Door de
economische ontwikkeling komen er nu ook vele wegen en zelfs een spoorwegstelsel
tot stand, vooral met het oog op het transport van het geoogste suikerriet
richting haven (Port-Louis). Deze spoorweg verdwijnt echter wel definitief in
1964. In het midden van de 19e Eeuw zijn er maar liefst 250
suikerrietraffinaderijen in Mauritius aanwezig, waarvan er nu nog slechts 22
overblijven met een productie van ongeveer 650.000 ton suiker per jaar.
In September 1965 is er een constitutionele conferentie die Mauritius zijn
onafhankelijkheid wenst te geven, dit na een periode van reeds 6 maanden
'autonomie'. Het is echter pas tijdens de verkiezingen van 7 augustus 1967 dat
de aanwezige bevolking zijn vertrouwen schenkt aan de politieke partijen die de
onafhankelijkheid als grootste strijdpunt in hun programma hadden opgenomen. Dit
wil aldus wel zeggen dat de mensen hun Engels paspoort definitief moeten
afstaan. De eigenlijke onafhankelijkheid komt er dan op 12 maart 1968. Mauritius
blijft echter wel lid van het Brits-Gemene Best, aldus zijn economische belangen
veilig stellende. In 1992 besluit het Mauritiaanse Parlement dat het tijd is om
de staat tot een Republiek om te bouwen, met de verkiezing van een President.
Het is echter eerder een symbolische functie en de echte macht komt toe aan de
1e Minister en zijn Regering, met een Parlement op de achtergrond dat erg veel
op het Britse systeem lijkt.
Aldus is ook zo te verklaren waarom een multicultureel eiland als Mauritius
tot een stevige en goed georganiseerde democratie is kunnen uitgroeien die
economisch en ook omwille van zijn natuurlijke schoonheid echt wel 'de parel van
de Indische oceaan' kan genoemd worden. Buiten de productie van suiker zijn
vooral ook het offshore-banking, de textielsector en het toerisme vandaag de dag
de pijlers van de locale economie.
|